Hoe Dek Je Een Formele Eettafel

In een paar stappen op weg naar een culinaire beleving, gewoon thuis.

Of je nu net een geweldige maaltijd gekookt hebt of een heerlijke afhaalmaaltijd hebt besteld, ook de tafelsetting is uiteindelijk van groot belang om er daadwerkelijk van te kunnen genieten. Immers, niets ruïneert potentieel geweldig voedsel meer dan door alles op één bord te scheppen. Een goed diner heeft net zoveel te maken met presenteren als met een goede smaak. Met dat in gedachten hebben we alles samengesteld wat je nodig hebt voor een mooi gedekte tafel.

 


1. TAFELLAKEN OF PLACEMAT

Begin met een lege tafel en leg hierop een mooi tafellaken. Eventueel met een zachte molton eronder. Zo blijft het tafelkleed goed liggen en zal het geluid van borden en bestek gedempt worden. Minder formeel zijn placemats.

 


2. BORDEN EN SCHALEN

Plaats de dinerborden een vingerbreedte vanaf de tafelrand. Bij een echt stijlvol diner maak je gebruik van onderborden. Hierop zet je dan telkens een ander bord voor het voorgerecht, hoofdgerecht en nagerecht. Het servet kan je dan mooi opgevouwen op het onderbord leggen.
Een goed formaat bord moet 10-12 “in diameter zijn. Saladeborden zijn verkrijgbaar in vele maten, maar we raden aan om te kiezen voor een diameter van minstens 7 “. Het belangrijkste om te onthouden is dat je servies niet hoeft te matchen. We zijn voorstanders van het idee om de kleuren en materialen met elkaar te mengen, zodat er een sterk contrast is tussen elke laag. Houd je aan de regels van de functie, maar heb plezier als het gaat om de vorm van de borden.

 


3. VORK

Voor elke gang heb je een nieuw bestek. Als algemene vuistregel geldt, dat het tafelzilver tijdens het diner van buiten naar binnen wordt gebruikt. Dus het bestek voor het voorgerecht ligt aan de buitenkant. Het bestek voor het hoofdgerecht aan de binnenkant naast het bord. Vorken liggen links naast het bord, messen en lepels rechts. Bestek voor het nagerecht ligt boven het bord. Het is de bedoeling dat messen altijd met de snijkant naar het bord toe liggen. En vorken en lepels liggen met met de bolle kant naar beneden.


4. MES EN LEPEL

De messen en lepels horen aan de rechterkant van het bord. Het mes ligt het dichtst bij het bord, met de snijkant naar binnen gericht. De lepel ligt aan de buitenkant, ervan uitgaande dat soep als voorgerecht wordt geserveerd. Lepels liggen met met de bolle kant naar beneden.


5. GLAZEN

Boven je mes en lepel, plaats je het glaswerk. Het waterglas moet de binnenste zijn, met het wijnglas rechts ernaast. Schenk je bijvoorbeeld een witte wijn bij het voorgerecht en een rode bij het hoofdgerecht, dan heb je 2 wijnglazen nodig. Het liefst ook nog wijnglazen die bedoeld zijn voor de soort wijn die je gaat schenken. Het rode wijnglas is groter dan het witte wijnglas. Het glas voor het voorgerecht staat dan rechts aan de buitenkant. De glazen kan je een beetje diagonaal plaatsen.


6. DESSERT

Als je de maaltijd met iets zoets eindigt, worden de dessertvork en/of lepel traditioneel ook voor het begin van de maaltijd al gedekt. Ze liggen direct boven het dinerbord, het vorkje het dichtst bij het bord, naar rechts gericht. De dessertlepel parallel, maar in tegenovergestelde richting.
Als het tijd is voor het toetje, wordt alles van tafel afgehaald, behalve deze twee gebruiksvoorwerpen en het waterglas. Dit maakt ruimte voor een dessertbord en koffie of thee. Een dessertbord (gebruik hiervoor de kleine, brood- of amuse-borden) vervangt je dinerbord.

  • No products in the cart.